12. Bezoek Januari
16724
portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-16724,bridge-core-1.0.4,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,transparent_content,columns-4,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.3,vc_responsive

12. Bezoek Januari

Over dit project

20 januari

Temperatuur: 3 graden
Wind: 1 Bft
Weer: grotendeels onbewolkt met winterzonnetje

 

Na enkele weken vooral bewolking en regen, nu dan echt fijn winterweer: lekker fris met blauwe hemel en zon. Dus fijn weer om even te gaan kijken in mijn adoptiegebiedje. Vandaag wil ik eens extra aandacht geven aan bomen in de winter.

 

Silhouetten
Bomen in de winter vind ik altijd fascinerend om naar te kijken:
Van een afstand hebben ze vaak prachtige unieke silhouetten.
De vorm van een boom komt goed tot z’n recht: bolvormend, zuilvormend, peervormend, breed, geknot of hangend en alles wat er tussen in zit.
En natuurlijk het type twijg: de één grillig fijn vertakt, de ander recht met dikke takken en weer een ander zigzaggend.

 

Winterdetails
En als je van dichtbij kijkt vallen weer totaal andere dingen op.
Kijk maar eens naar de stammen, takken of knoppen van bomen. Per soort verschillen deze nogal.
De gebarsten/gegroefde bast van de eik, de witte schilferende bast van de zachte berk of de gladde bast van de lijsterbes.
Kleine tonvormige knopjes met een rood schudblad verspreid staand op een tak van de meidoorn. Of de grote zwarte knoppen tegenover elkaar staand van een es. Met onder de knop een opvallend bladlitteken met bladmerk. Een bladlitteken is de plek waar het vorige blad gezeten heeft. Het bladmerk zijn rondjes daar waar de vaten gezeten hebben. Bij de es is dit goed zichtbaar.

Bij de zwarte els vallen vooral de roodbruine katjes en de zwarte elzenpropjes op. Maar als je even de tijd neemt en naar de knoppen kijkt zie je dat deze niet groen, rood of zwart zijn, maar paars en vaak op een steeltje!

 

Ik geniet van de silhouetten en wordt blij van de details.

 

Aan al deze verschillende kenmerken kan je bomen herkennen. Ik vind het altijd leuk als ik ze kan herkennen, maar als ik het niet weet, ook geen probleem. Ik blijf me vooral verwonderen en genieten van vorm en kleine rare details.

 

Bij winterkenmerken voor bomen kan je letten op:

  • bladverliezend of bladhoudend
  • naaldvormend of blad
  • de vorm van de boom
  • de bast/schors: glad, ruw, gebarsten of bijzonder (zoals berk afschilferend en plataan ook afschilferend in stukjes als legercamouflage); al dan niet met lenticellen (huidmondjes die zichtbaar zijn als horizontale of verticale streepjes)
  • de twijgen: kleur en vorm en lenticellen
  • knoppen: gesteeld, op kortloten, aanliggend of afstaand, tegenover elkaar staand of verspreid staand of in knopjes bij elkaar, de kleur, de vorm. En vaak is er verschil in bladknop en bloemknop. In het voorjaar veranderen de knoppen soms van kleur en vorm totdat ze uitlopen
  • de bladlitteken met bladmerk

 

 

Winterkenmerken van twijgen die ik tegen ben gekomen:

 

Zachte berk (Betula pubescens):

twijgen fijn donzig behaard, spitse knoppen.

 

Ruwe berk (Betula pendula):

twijgen dun, niet behaard, vaak wrattig. Soms met 2 mannelijke katjes.

 

Zwarte els (Alnus glutinosa):

grijsbruin, aan top vaak driekantig, lenticellen, knoppen gesteeld, langwerpig, paars, met paarsrode katjes.

 

Gewone Lijsterbes (Sorbus aucuparia):

donkere twijgen met glimmen zwarte bladkussens. Donker grijsbehaarde knopschubben, grotere eindknop, ringhout.

 

Gewone es (Fraxinus excelsior):

dikke, grijsgroene, vrij gave twijgen. Knoppen zwart tegenoverstaand. Eindknop met 4 knopschubben. Soms met gevleugelde vruchten of de steeltjes ervan.

 

1 stijlige meidoorn (Crataegus monogyna):

grijsgroene twijgen, takdoorns, knoppen tonvormig, onderste knopschub roodbruin, iets uitstekend, vaak op kortloten.

 

Sleedoorn (Prunus spinosa):

gedoornde twijgen, aanvankelijk groen, later grijs. Kleine bruine knoppen, vaak 3 bijeen.

 

Vuilboom (Rhamnus frangula):

purper getinte twijgen met wittige gloed, witte lenticellen, naakte, bruinbehaarde, verspreide knoppen.

 

Kornoelje (Cornus sanquinea vermoed ik):

2 kleurige twijgen,  purpergetinte zonzijde en groene onderzijde, gaaf. Tegenoverstaande donkere knoppen, aanliggend, gesteeld, gehaard.

 

Liguster (Liguster vulgare):

grijsbruine stugge kale twijgen met lenticellen, smalle bladmerken met 1 spoor. Tegenoverliggende donkere knoppen met enkele knopschubben, eventueel met zwarte bessen.

 

Wilgen

Op het eiland komen, denk ik, 5 soorten voor, dit voorjaar bij het uitlopen maar eens goed op letten, intussen weet ik dat er 12 verschillende soorten in Nederland van nature voorkomen. Maar er zijn ook vele cultivars en/of enkele uitheemse soorten verwilderd.

De twijgen van de wilgen verschillen nogal in kleur en wel of niet behaard. Ook de knoppen hebben verschillende vormen, spits of juist wat ronder. Ook deze kunnen kaal of behaard zijn. Meestal verspreid staand, maar bij een enkeling zoals de bitterwilg tegenover elkaar staand. Ik moet toch nog eens terug om de wilgen beter te bekijken.

De schietwilg (Salix alba)

De bittere wilg (Salix purpurea)

De boswilg (Salix caprea)

De grauwe wilg (Salix cinerea)

De katwilg (Salix viminalis)

 

De schietwilg (Salix alba):

jonge twijgen geelgroen tot grijsachtig, verspreid staande knoppen.

 

Bitterwilg (Salix purpurea):

gelige twijgen met tegenoverstaande aanliggende rode knopjes (meeste wilgen verspreid staande knoppen, deze dus niet).

 

De boswilg (Salix caprea):

dikke, donkere, kale twijgen; knoppen aan de top iets afstaand, rood-geel, spits eivormig.

 

Grauwe wilg (Salix cinerea):

twijgen grijs gehaard; forse oranje-gele knoppen.

 

Katwilg (Salix viminalis):

jonge twijgen grijsachtig behaard, later groen. knoppen grijsbehaard. éénhuizig.

Categorie
Gebiedje in de tijd