Greenwave | 13. Bezoek Februari
16733
portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-16733,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,transparent_content,columns-4,qode-theme-ver-17.2,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.6,vc_responsive

13. Bezoek Februari

Over dit project

18 februari


 

Temperatuur: 10 graden

Wind: 2 Bft

Weer: grotendeels onbewolkt met warme winterzon, later ook deels bewolkt

Na enkele weken wat bewolkt en donker weer, was vandaag weer zon en was het zelfs aangenaam warm. Ik had zin om naar buiten te gaan, dus lekker op stap met de camera naar mijn Verwonderland.

Ik had voor vandaag geen vooropgezet doel. Behalve nog eens kijken naar de wilgen en of ik nog andere bomen kon ontdekken, maar ik had de tekst over de wilgen niet bij me en toen bleek het toch lastig om te kijken welke waar stond. Dus besloot ik om gewoon rond te lopen en te kijken wat mijn aandacht trok op dat moment. Lekker hier en nu. Verrassend fijn.
 
Op dit moment, zo midden in de winter, valt vooral al het dode riet op met z’n lichtbruine blad. En natuurlijk de kale bruin/grijze stammen en takken van de bomen.

Toch is er wel degelijk kleur te ontdekken. En door de zon viel dit extra op. Of in ieder geval merkte ik dat steeds mijn aandacht naar kleur ging.

Vandaag een verslagje over kleuren in de winter, zo tegen het voorjaar aan.

 
Bomen

Bijna alle bomen zijn nog in hun winterstand. 2 bomen vallen vandaag vooral op: De zwarte els en de zachte berk. En een enkele wilg. Opvallende kleuren: paars/rood – geel – wit.

De els is al uit z’n winterstand. Deze valt op doordat z’n katjes al bijna opengaan. De nog dichte katjes dik en glimmend rood/paars evenals de knoppen en op beschutte zonnige plekken al beginnend geel. Nog even en de stuifmeel komt vrij.

Ook de kleur wit valt op: Door de zon zijn de berkenbasten witter dan wit.  Een mooi contrast met de blauwe lucht.

Een ander wit is van de katjes van de wilg. Her en der beginnen de ronde katjes zich te laten zien. En op sommige plekken lijken het wel parels als de zon erop schijnt! Maar de meeste zitten nog in knop. Wel al hele dikke knoppen.

En een derde wit of beter gezegd soort zilverkleur dat opvalt zijn de twijgen van een jonge eik in de zon.

 
Struiken

De kleuren rood, donkergroen en lichtgroen vallen op.

Op 2 plekken kan je bijna niet om de kleur rood heen. Hier staan rozenstruiken met nog enkele knalrode bottels eraan. De vorige keer was het me niet opgevallen, maar nu de zon er zo op schijnt wordt mijn blik er naar getrokken: wauw, das rood! En bij nadere beschouwing valt ook op dat de doorns van deze struiken grijswit zijn, terwijl de twijg zelf groen is.

Het donkergroen wat opvalt is het oude blad van de bramen. Alle bomen en struiken hebben hun blad verloren. Behalve de eik met her en der verdord bruin blad. En dus de braam. Er zijn best veel bramenstruiken van zo’n anderhalve meter hoog. Er zit nog veel oud groen blad aan. En als je dan toch op de bramen let valt ook hier weer rood op: sommige takken met doorns zijn niet groen, maar best wel rood van kleur. Toch wel erg leuk om op kleuren te letten.

En het lichtgroen dat opvalt kondigt de lente aan: de kamperfoelie heeft op beschutte plekken alweer toefjes groen blad. En als je hier even wat aandacht aan schenkt, zie je dat dit blad wel doorzichtig lijkt en meerdere kleuren groen en zelfs wat bruinrood heeft.

 
Kruidachtigen

Lichtgroen en paars

Bij de kruidachtigen valt het groene gras op en het jonge blad van fluitenkruid en kleefkruid en her en der begint heel voorzichtig ook het penningkruid rond blad te vormen. Het fluitenkruid en het kleefkruid staan er de hele winter al, alleen nu nog iets frisser groen. Ik vraag me nu af of het normaal is dat fluitenkruid altijd in de winter al blad heeft of dat het komt omdat vorig najaar alles nogmaals is uitgelopen na de droge zomer. Ik kijk thuis de foto’s van vorig jaar januari nog eens na. Ik ging toen voor het eerst naar het eiland om te kijken of dit leuk zou zijn om een jaar lang te volgen. Helaas zijn er alleen een paar overzichtsfoto’s. Veel blubber, wat gras, weinig groen en veel dorre grijsbruine kleuren.  En 2 detailfoto’s van de eetbare veldkers en gevlekte dovenetel. Maar geen detailfoto’s van fluitenkruid of de plekken waarvan ik nu weet dat er fluitenkruid staat.

Ook nu zie ik op diverse plekken gevlekte dovenetel staan en her en der bloeit paarse dovenetel, maar dan moet je wel echt goed kijken.

 

Dieren

Zwart, is de kleur voor de dieren vandaag: grote zwarte molshopen, zwarte aalscholvers die overvliegen en een bijna zwarte dode amerikaanse rivierkreeft. Nog helemaal intact, maar toch echt dood. En ik hoor zwarte meerkoeten herrie maken in de Botsholsloot. 

Van de dieren valt niet zozeer de kleur op als wel het geluid. Het lijkt wel al een voorjaarsdag. De aalscholvers in de Botshol met hun zeehondengeluid vallen het meeste op. Ik weet dat ik dit geluid tot afgelopen jaar nog nooit bewust had opgemerkt. Dat is toch echt een stuk meerwaarde van de opleiding door de opdracht een terrein een jaar lang volgen. Ik let op zoveel meer details! En verwonder me nog meer. Uit de Botshols klinkt ook nog veel ander vogelgeluid. Misschien dat ik in de toekomst ooit dit ook nog eens ga herkennen. Alhoewel mijn voorliefde bij de plantjes blijft, ben ik toch enkele vogels gaan herkennen. Dichterbij hoor ik koolmeesjes tuuttut-tuuuttut en ook nog enkele anderen.

 

Op zowel de heen als terugweg loop ik door het weiland van polder Nellestein, en kijk uit over land waar natuurmonumenten een hoger grondwaterpeilbeheer heeft ingesteld, hier zie je weer ganzen en andere broedvogels terugkomen. In de verte een grote zilverreiger, deze overwinterd pas sinds 1989 in Nederland (Oostvaardersplassen) en rond 2002 in de Botshol. Elk jaar zie je er weer meer. Ze overwinteren hier en steeds vaker broeden ook in Nederland.  De grote zilverreiger komt voor in Italië, de Balkan en Turkije en broed intussen in meerdere landen in West Europa zoals Nederland, Duitsland en België. De vogels broeden en slapen in de Botshol en zoeken overdag voedsel in de omliggende weilanden. Ook de lepelaars doen dit, deze heb ik een keer gespot in het weiland bij fort Abcoude en in het weiland langs de Oude Winkeldijk, in het zelfde weiland waar ook nu huizen gebouwd worden. En nu ik dit schrijf een weekje later, zijn ook de kieviten weer teruggekeerd.

 
Einde?

Dit was m’n laatste verslag per maand. Ik ben nu een jaar rond. Wellicht vul ik bij de andere maanden waarnemingen aan of dingen die me opvallen. En zo ie zo blijf ik dit jaar 2019 nog de raadsels uitbreiden. Ik heb me geregeld verwonderd, er erg van genoten en veel van opgestoken!

Categorie
Gebiedje in de tijd