Ontstaan van de Vinkeveense Plassen
16290
portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-16290,theme-bridge,bridge-core-1.0.4,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,transparent_content,columns-4,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.3,vc_responsive

Ontstaan van de Vinkeveense Plassen

Over dit project

Ontstaan Vinkeveense Plassen

150 jaar geleden bestonden de Vinkeveense Plassen nog helemaal niet. Het was toen nog land: drassige weilanden en ruigtes met  soms wat koeien en hier en daar wat bosjes.

 

Echt waar, raar he?

Wat is er 150 jaar geleden dan gebeurd dat er nu water is?
150 jaar geleden was er grote behoefte aan brandstof om huizen te verwarmen en voor allerlei fabrieken die in opkomst waren. Het was het tijdperk van de industriële revolutie. Gas was nog niet ontdekt. Er werden kolen gebruikt of turf. Turf  is gedroogde veengrond. Grote delen van Zuid-Holland en Utrecht bestonden uit veengrond. Hele gebieden werden massaal ontgraven. De veengrond werd afgegraven en op het land ernaast neergelegd. Omdat het grondwater in het westen van Nederland hoog is, ontstond, waar er gegraven was, een sloot. De plek waar de grond te drogen werd gelegd, wordt een legakker genoemd.  De gedroogde grond werd in stukjes gesneden, de zogenaamde turfjes. (ongeveer een baksteen groot)

 

De huidige langgerekte recreatie-eilandjes  zijn  de oude legakkers. Het onderzoeksgebiedje is één van zo’n legakker aan de rand van de Vinkeveense Plassen. 
Door weer en wind zijn vele legakkers weggeslagen. Hier ontstond toen open water. Dit proces is nog steeds aan de gang, daar waar de eilanden slecht beschoeid zijn. En zo zijn de Vinkeveense Plassen tot stand gekomen.

 

De 12 recreatie-eilanden in de Noordplas  zijn pas zo’n 50 jaar aangelegd en bestaan uit zand. Dit zand zat onder de afgegraven veengrond.

 

 

Verder terug in de tijd:

Tot de middeleeuwen was het gebied van de Ronde Venen een uitgestrekt veenmoeras. Het veengebied in deze omgeving lag zelfs tot 7 meter boven N.A.P.! De zogenaamde veenkoepel. 
Vanaf de 10e eeuw veranderde dat. De Bisschop van Utrecht gaf toestemming aan de kapitel van Sint Jan om het land te ontginnen voor de landbouw. Aan het hoofd hiervan stond de proost. Tegenwoordig vind je deze naam nog terug, o.a. Proostdijersluis en Proostdijlanden.

 

Vanaf de riviertjes o.a. de Waver en Winkel werden slootjes gegraven die afwaterde op de rivier waarbij lange smalle stroken land ontstonden. Het drassige veen werd droger en kon in gebruik genomen worden voor akkerbouw.
Het land lag dus vroeger hoger dan de riviertjes!

 

Hoe het land lager kwam te liggen
Veengrond bestaat uit dode plantenresten met veel holle ruimtes ertussen. Bij een hoge grondwaterstand staan deze vol met water. Het lijkt wel een spons. Vandaar dat het ook zo moerassig was in het verleden. Door de afwatering verdween het water uit de holle ruimtes en zakte de plantenresten in elkaar. Dit noem je inklinking.

 

Rond de 14e eeuw begonnen de ontgonnen gebieden steeds verder in te klinken en kwamen lager te liggen en werden steeds natter. Akkerbouw was niet meer mogelijk en men ging over op veeteelt. Afwatering op de riviertjes werd steeds moeilijker.

 

Veenafgraving voor turf
Later vanaf de 17e, 18e eeuw werden hele gebieden met veengrond afgegraven t.b.v. turf. Door de vervening ontstonden meren. Diverse huidige polders zoals Polder Groot Mijdrecht stonden rond 1750 onder water nadat het veen was afgegraven en golven, bij harde wind, de legakkers wegspoelden. Dit is goed te zien op de kaart van 1749. De Vinkeveense plassen was toen nog land.

 

Door de uitvinding van de molens konden de weilanden weer drooggemalen worden. De watermolens zorgden ervoor dat het water uit de akkers en weilanden omhoog werd gepompt naar het omliggende boezemwater. Zo ontstonden de droogmakerijen zoals De Haarlemmermeer en de polders rondom Mijdrecht. Evenals de Bovenkerkerpolder.
De gebieden die afgegraven en drooggemalen zijn liggen tussen de 4 en 6 meter onder NAP. De grond onder de veengrond bestaat vaak uit kleigrond.

 

Legmeer, tussen Uithoorn en Amstelveen lag ook onder water, na droogmaling lag het 3 tot 5 meter onder NAP, daar is nu akkerbouw.
Ook de gebieden rond Mijdrecht , Waverveen en deels de Botshol stonden onder water. Ook deze gebieden zijn drooggemalen en liggen nu 6 meter onder NAP. Hier vind je veeteelt.

 

Polders in deze omgeving die rond de 2 meter NAP liggen zijn niet verveende polders, maar zijn lager komen te liggen, puur door inklinking. Voorbeelden hiervan zijn Polder Nellestein, De Bovenlanden en De Ronde Hoep. De grond bestaat hier vaak wel nog uit veengrond.

 

Vervening Vinkeveense Plassen
De Vinkeveense Plassen werden pas laat ontgonnen (vanaf 1875) en speciaal voor de turf. De turf van Vinkeveen was van goede kwaliteit
Het veen werd zelfs tot onder het water uitgebaggerd. De bagger werd te drogen gelegd op de zogenaamde legakkers.
Voor 1900 werd er alleen gebaggerd met de baggerbeugel. Hierna werd ook machinaal gebaggerd. Er werden coörporaties opgericht die een veenmachine aanschaften. Het sneed in 1 keer drie kubieke meter veen af tot een diepte van 6 meter. Totaal zijn er 5 in bedrijf genomen. De laatste ‘ De Hoop op Zegen’ is tot 1975 in gebruik gebleven. Toen mocht turfwinning niet meer.
In het Museum de Ronde Venen (helaas dicht sinds 2018) staat de laatst overgebleven baggermachine. Deze is nog steeds werkend en wordt in bedrijf gezet met bijvoorbeeld open Monumentendagen.

 

Recreatie
De Vinkeveense plassen zijn niet drooggemalen, deels doordat de ondergrond zand is en geen (vruchtbare) klei en doordat men veel zoute kwel verwachtte. En andere reden was dat waterrecreatie steeds populairder werd. Beetje bij beetje sloegen de legakkers stuk door weer en wind en ontstond er meer open water.
In 1960 kregen de Plassen de bestemming recreatie. De Noordplas is uitgebaggerd voor zandwinning tot wel 50 meter diep. Het zand is gebruikt ter ophoging van de A2 en de Bijlmer. Als compensatie voor de zandwinning zijn de 12 openbare recreatie eilanden met zwemstrandjes aangelegd.
Na het stoppen van de turfwinning kwamen veel legakkers in eigendom van particulieren. Steeds vaker werden deze eilandjes gebruikt voor recreatieve doeleinden. Ondanks het verbod werden en worden er bouwsel van uiteenlopende vorm, materiaal en kleur op de eilandjes gebouwd om te overnachten en/of voor opslag van spullen. Daarnaast wordt een deel van de eilandjes verhuurd om te kamperen.
De huidige langgerekte recreatie-eilandjes zijn dus het oude land dat niet ontgraven is en die werden gebruikt als legakkers voor de turf.

 

(bron foto: Cavit; kaart: Gedeelte van een kaart uit 1749, uitgegeven door Isaak Tirion met de titel “Nieuwe kaart van het Baljuwschap van Amstelland”. Gemeentearchief Amstelveen)

Categorie
Landschap