Waterkwaliteit rond het eiland en van Botshol
16297
portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-16297,bridge-core-1.0.4,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,transparent_content,columns-4,qode-theme-ver-18.0.8,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Waterkwaliteit rond het eiland en van Botshol

Over dit project

Helder water

Het water rondom het onderzoekseiland behoort tot de Vinkeveense Plassen.
De Vinkeveense Plassen behoren tot een van de helderste wateren van Nederland. Maar dit wil nog niet zeggen dat het vol leven zit. Discussie of dit nu goed of slecht is staat op dit moment volop in de schijnwerpers. De vissers menen dat het water te schoon is, waardoor er weinig vissen zijn. Maar volgens het Waterschap voldoet de waterkwaliteit van de plassen nog niet aan de Europese normen (Kaderrichtlijn Water). Te schoon, of niet schoon genoeg?

 

Diep water

De Vinkeveense Plassen zijn diep. De Noordplas is tot 50 meter diep, het zand is ontgonnen in de 60 er jaren. Rondom de legakkers is de gemiddelde diepte 3 tot 4 meter.

Diepe wateren gevoed door regenwater zijn doorgaans helder, maar in de Vinkeveense plassen wordt water ingelaten vanuit de Ringvaart. Want de Vinkeveense Plassen, die -2,15 m NAP liggen verliezen water aan de naast gelegen diepe droogmakerij Groot Mijdrecht (ca. 4 mm per dag). Deze polder ligt  5 á 6 meter onder NAP. Dit water loopt via de grond naar de polder, zogenaamde kwel.
Om het waterpeil in de Vinkeveense in stand te houden, moet er daarom water worden ingelaten.
In het verleden was dit inlaatwater, afkomstig van de polders uit Wilnis, forfaatrijk. Dit en ongerioleerde bebouwing zorgden voor nutriëntrijk water. Dit was de oorzaak was voor sterke algengroei en zodoende troebel water. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw verbeterende de waterkwaliteit doordat steeds meer huizen aangesloten werden op de riolering. En sinds 2009 wordt het inlaatwater gedefosfatiseerd. Dit alles heeft geleid tot helder water.

 

Diepe plassen zijn (in potentie) de helderste watersystemen die we in Nederland kennen. Het
ecologisch functioneren van diepe plassen is complex, maar wordt uiteindelijk vooral bepaald door twee factoren: de mate van nutriëntenbelasting en de inrichting van het watersysteem. Het in de vingers krijgen van de nutriëntenbelasting is voor de Vinkeveense Plassen gelukt. De inrichting van het watersysteem, met voldoende ondiep groei- en leefgebied voor flora en fauna is een aandachtspunt voor elke diepe plas, dus ook voor de Vinkeveense Plassen.
Door de grote diepte en het vrijwel afwezig zijn natuurvriendelijke oevers zijn er weinig waterplanten die voor bijvoorbeeld paaiplaatsen van o.a. vissen kunnen dienen of afzetmogelijkheden voor eieren van diverse insecten.

 

 

Soortenarm

Het water mag dan helder zijn, maar is op dit moment soortenarm aan dier en plant.
Mogelijk dat het nieuwe bestemmingsplan voor de Plassen hierin verandering brengt. Een deel van de zandeilanden zijn reeds opnieuw beschoeid. De verdere vernieuwing is stilgelegd. Burgerinitiatieven  leiden mogelijk tot natuurvriendelijke oevers van de overige zandeilanden die nog beschoeid moeten worden, zodat er een hogere ecologische waarde te behalen valt.
In 2019 gaat mogelijk gestart worden met een proef van natuurvriendelijke oevers bij eiland 5.

Maar ook alle legakkers zijn beschoeid, want waar geen beschoeiing is worden de eilanden weggespoeld door het water. Om meer planten en dieren te krijgen zal ook hier iets gedaan moeten worden, maar dat is lastig want de eilanden zijn vooral particulier en gericht op recreatie.

 

Het onderzoekeilandje

Het eilandje wat nu gevolgd wordt, is ook een oude legakker en deels beschoeid. Een deel van de beschoeiing is weggeslagen. Op dit moment houden bomen met hun wortels de grond bij elkaar. Op enkele plekken zie je dat het water het land afkalft.
Hoelang het eiland zo nog zal kunnen blijven bestaan weet ik niet. Wel is het gunstig om z’n natuurvriendelijke oever te hebben voor bijvoorbeeld ringslangen. Zij kunnen makkelijk het water in en uit. 

 

Meerwaarde Natuurgebied de Botshol
Dat natuurgebied de Botshol invloed heeft op de planten en dieren die voorkomen op het onderzoekseilandje in de Vinkeveense Plassen is merkbaar doordat er diverse libellen en andere insecten voorkomen op het eiland. Wellicht waren deze er anders niet geweest.
Doordat de Botshol zo een bijzondere waterkwaliteit heeft komen er ook bijzondere planten voor die weer interessant zijn voor bepaalde insecten zoals libellen. En deze kunnen daarom ook op het eiland voorkomen.

 

Bijzondere waterkwaliteit in de Botshol
De Botshol (-2 m NAP) ligt hoger dan de omringende polders die zijn afgegraven voor het veen. Soms wel tot 5-6 m onder NAP. Daardoor lekt er water weg uit de Botshol. Hierdoor treedt er verdroging van de natuur op. Daarom moet er water ingelaten worden. Elk jaar wordt ongeveer de helft van het water vervangen. De verblijftijd van het water is ongeveer 1 tot 2 jaar.

 

Het water is niet zoet, en niet zout, maar half zoet en half zout: brak. Vroeger was het voedselarm, maar door de waterinlaat van de Oude Waver kwam er meer kalkrijkwater het gebied in. Zo ontstaat een wisselend chloride (zout) gehalte: laag in voorjaar en hoog in zomer. Dit komt vrijwel nergens voor. Er komen hierdoor zeer uiteenlopende plantensoorten voor.
Tot 1960 was het helder water, hierna trad er fosfatisering op en hierdoor ontstond algengroei en werd het water troebel en minder zuurstofrijk.
In 1989 is er een installatie voor defosfatisering geïnstalleerd.
Vanaf 1992 werd het water weer helder.
Langzaam maar zeker kwamen er weer meer kranswieren en andere bijzondere planten voor. Dit bood weer kansen voor dieren die hiervan afhankelijk zijn. O.a. de krooneend die in dit gebied verdwenen was, keerde terug. Ook de Vinkeveense Plassen zijn steeds schoner en helderder geworden en ook hier komen kranswieren voor en daarom zie je hier nu ook krooneenden zwemmen.

Categorie
Landschap