Wilgen
16053
portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-16053,bridge-core-1.0.4,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,transparent_content,columns-4,qode-theme-ver-18.0.8,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive

Wilgen

Over dit project

Wilgen (Salix)
Er komen meerdere soorten wilgen in het gebiedje voor. Ik ga ze nog uitzoeken. Hierbij enkele foto’s.

Het geslacht Salix omvat ongeveer driehonderd soorten, waarvan er een twaalftal in Nederland en België van nature voorkomt.
Daarnaast zijn er vele cultivars die gebruikt worden in tuinen en openbaar groen.

(Met links naar Wikipedia)

De schietwilg, kraakwilg en katwilg worden gebruikt als knotbomen. Wilgen maken wel veel zaad, maar vermeerderen zich makkelijker door stekken. Je snijdt een tak en steekt hem in de grond. Hij wortelt erg snel. 

Wilgen knotten
In het verleden werden wilgen geknot om de takken. Het zogenaamde geriefhout. Ze werden gebruikt voor diverse gebruiksvoorwerpen, als brandhout, als oeverbescherming en het blad als veevoer. Van de twijgen werden manden gevlochten en schuttingen gemaakt. Van dikkere takken werden klompen gemaakt.
Ook andere houtsoorten werden geknot, o.a.: de es, els en de iep. De es heeft mooie stevige takken, deze werden en worden gebruikt als bezemstelen. Wilgen worden eens in de 5 á 10 jaar geknot, als je vaker knot put je de bomen uit.

Naast knotbomen heb je ook nog hakhout. Deze bomen worden veel korter afgezet tot bijna op de grond.

Natuurwaarden

Nu worden de wilgen vooral geknot om hun cultuurhistorische landschappelijke waarde. Daarnaast hebben ze een hoge natuurwaarden. Vogels als de steenuil, witte kwikstaart, holenduif en de mees nestelen erin en vleermuizen overnachten soms in de holtes. Op oude knotbomen groeien vaak allerlei andere planten en struiken, zoals de vlier, meidoorn, braam, kamperfoelie, bitterzoet, maar ook varens en mossen. Insecten die er op voorkomen zijn het wilgenhaantje, elzenhaantje en de wilgenvlinder. De ecologische waarde van knotbomenrijen is belangrijk in boomarme landschappen. Ze vormen dan een verbindingslijn voor allerlei dieren, zoals vleermuizen. 

 

Wilgen op het eiland
Ik denk dat er 5 soorten op het eiland voorkomen. 

 

De amandelwilg (Salix Trianda)

midden op het eiland, open struikvorm. Die met de kromme stammen met mosbegroeid. Met opvallend bloeiende lange kromopstaande katjes in het voorjaar.

De struik wordt 1,5-4 m hoog. De olijfgroene tot roodbruine, afbladderende bast van de twijgen is glad en breekt niet makkelijk af. Daaronder is de stam kaneelkleurig. De jonge, kale twijgen zijn geelgoen tot bruinachtig. De verspreid staande, 6-10 cm lange, lancetvormige bladeren zijn van onderen kaal en blauwgrijs van kleur. Van boven zijn de bladeren iets glanzend. De bladeren zijn drie tot vijf maal zo lang als breed. De meestal blijvende, niervormige steunblaadjes zijn groot.

De amandelwilg is tweehuizig en bloeit in april en mei tegelijk met het verschijnen van de bladeren. De bloeiwijze is een katje. De vrouwelijke bloeiwijze is 4-8 x 0,5-1 cm groot. De mannelijke bloem heeft drie meeldraden en twee honingschubben, terwijl de vrouwelijk bloem drie stempels en één honingschub heeft.

 

Bitterwilg (Salix purpurea)

Met ietswat geelrode takken. Deze staat in het begin bij de grote es bij de brug

Het is een struik of boom die 2-6 m hoog wordt. De bladeren zijn 2-8 x 1-2 cm groot. In tegenstelling tot de meeste andere wilgensoorten zijn de bladen vaak tegenoverstaand in plaats van afwisselend geplaatst. De bladeren zijn vlak onder de top het breedst en aan de onderzijde blauwgroen.

De bloemen zijn kleine katjes, die vroeg in het voorjaar verschijnen. Ze zijn vaak paarsachtig van kleur, waar de soort haar naam aan te danken heeft. De katjes van de meeste andere soorten zijn wit, geel of groen.

 

 

De Boswilg (Salix caprea) (denk ik)

De groeivorm van de boom is een open boom met opgaande takken. De soort blijft met een hoogte tot maximaal 14 meter relatief laag.

De jonge twijgen zijn grauwgroen en worden later diep roodbruin tot zwartachtig van kleur en zijn aanvankelijk bedekt met lange haren. De schors is bij jonge bomen glad en grijs met ruitenvormige verkurkte lenticellen. Wanneer de boom ouder wordt, wordt de schors grijs tot zwartbruin en krijgt deze brede groeven.

Op de twijgen bevinden zich geelbruine tot rode, eivormige knoppen. Ze zijn puntig en 3-4 mm lang. De knopschubben zijn in het begin nog kort behaard.

De verspreid staande bladeren van de boswilg verschijnen na de bloei en zijn meestal eirond met een spitse punt en golvende randen. Ze zijn 4-12 x 3-6 cm groot. Het vaak iets glanzende blad is donkergroen van boven met verzonken gele nerven en grijs donzig van onderen. De bladsteel is donkerrood en viltig. De grote steunblaadjes zijn half hartvormig.

De boswilg heeft katjes, die met lange behaarde schutbladen bedekt zijn. Ze bloeien in maart en april. De boswilg is tweehuizig. Mannelijke katjes zijn eivormig en aanvankelijk bedekt met zilverachtige haartjes. Daarna verschijnen gele meeldraden dicht opeen. Vrouwelijke katjes zijn slank, bleekgroen met witachtige, korte stijlen. De vrouwelijke katjes zijn langer dan de mannelijke. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen hebben één honingklier. Door de vroege bloei is de boswilg voor bijen een aantrekkelijke voedselbron.

 

 

Grauwe wilg (Salix cinerea)

De grauwe wilg wordt tot 6 m hoog. De jonge takken zijn grijsviltig behaard, evenals de knopschubben. De 2,5-6 cm lange bladeren zijn langwerpig of omgekeerd eirond. Het blad heeft een vlakke top, aan weerszijden met acht of meer nerven en een blauwgroene tot grijze onderkant. De nerven op de onderkant zijn grijsbehaard. De kleine steunblaadjes zijn half hart- tot niervormig, maar vallen soms af.

De grauwe wilg is tweehuizig en bloeit in maart met 3,5-5 cm lange katjes, die vaak een rode kleur hebben. Ze verschijnen voor het blad. Het zaad is behaard.

Forse oranje gele knoppen.

 

Katwilg (Salix viminalis)

De katwilg vormt meestal een struik, maar kan ook een boom vormen, die tot 6 (10) m hoog kan worden. 

De bast van oude struiken en bomen is gegroefd. De twijgen zijn geel of olijfkleurig en aanvankelijk grijsachtig behaard.

De verspreid staande, lange, gegolfde, matgroene bladeren van de katwilg verschijnen direct na de bloei en zijn aan de rand naar beneden omgerold. Ze zijn 10-25 x 0,5-1,5 cm breed en hebben een zijdeachtig behaarde onderkant. De haren staan allemaal één kant uit en de zijnerven aan de onderkant zijn duidelijk uitspringend. De bladsteel is 0,5-1,5 cm lang. De lancetvormige steunblaadjesblijven niet lang aanwezig.

 

 

De katwilg heeft 1,5-3 cm lange mannelijke katjes. De vrouwelijke katjes zijn wat langer. De schutbladen hebben een zwartbruine top met aan de voet een lichtere kleur. Ze bloeien in maart en april. De meeldraden hebben gele helmknoppen. Vrouwelijke katjes hebben lange stijlen en stempels. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen hebben één honingklier.

 

Categorie
Bomen, Planten